Klinisch onderzoek
Afwijkend neurologisch gedrag kan optreden als gevolg van uitzaaiingen naar het zenuwweefsel. Manken kan optreden als gevolg van hypertrofische osteopathie waarbij nieuw bot gevormd wordt op een plaats afgelegen van de primaire tumor. Het manken kan verbeteren na het verwijderen van de longtumor. Vaak veroorzaakt een longtumor geen afwijkingen op auscultatie (onderzoek met de stethoscoop), tenzij het proces uitgebreid is en/of vanwege vochtophoping in de longen.
Bloedonderzoek
Op bloedonderzoek worden vaak geen afwijkingen gevonden.
Beeldvorming
Radiografie
De meerderheid van de longtumoren werd gediagnosticeerd via radiografieën van de borstkas. In een studie met meer dan 210 honden met een primaire longtumor werd bij meer dan de helft de tumor (53,8%) aangetroffen in een enkele longkwab, bij 37,1% in meerdere longkwabben.
De witte ronde plekken op de radiografie duiden op de aanwezigheid van uitzaaiingen
Echografie
Echografie van de borstkas kan toegepast worden om een longtumor te beoordelen of een weefstaal of aspiraat te bekomen.
CT-scan
Een CT-scan wordt voorafgaand aan de operatie aangeraden om een precies behandelplan te kunnen opstellen. CT-scans kunnen immers knobbels in de longen opsporen vanaf afmetingen van ongeveer 1 mm, terwijl dit bij radiografieën pas vanaf 7-9 mm kan. Verder zijn CT-scans van de borstkas preciezer dan radiografieën van de borstkas in het opsporen van uitzaaiingen naar de nabijgelegen lymfeknopen.
Staalname
Indien vochtophoping in de longen aanwezig is, dient hier een staal genomen te worden.
Verder kunnen broncho-alveolaire lavages (het toedienen van vocht via een buisje aan de longen, waarna dit vocht wordt teruggetrokken) helpen bij het diagnosticeren van longtumoren. Als er een longtumor aanwezig is, is de kans groot dat het opgehoopte vocht kankercellen bevat die vervolgens onder een microscoop kunnen worden herkend. Deze benadering is echter gebaseerd op resultaten die zijn verkregen bij een kleine groep honden (14).
Een fijne naald-aspiraat van de longmassa levert in 38-90% van de gevallen een diagnose op.
Een weefselstaalname ter hoogte van de longen voorafgaand aan de operatie kan gedaan worden om uit te zoeken of de knobbel een uitzaaiing naar de longen is of een primaire tumor. In het geval van een uitzaaiing wordt over het algemeen afgezien van een ingreep waarbij een deel van de longen wordt verwijderd.
De staalname zelf kan gebeuren via een biopsienaald, een endoscoop in de luchtwegen of een operatie waarbij een deel van de long wordt afgezet. Een weefselstaalname van de lymfeknopen ter hoogte van de vertakking tussen beide longen wordt aangeraden omdat uitzaaiing naar de lymfeknopen de prognose aanzienlijk beïnvloedt en wordt gewoonlijk uitgevoerd tijdens de operatie.
Histologie
Om een onderscheid te maken tussen een tumor die ontstaat in de longen (primaire tumor) en een uitzaaiing van een ander type tumor aanwezig in de longen is niet eenvoudig omdat men hiervoor een weefselstaal nodig heeft. Via een weefselkleuring kan men antistoffen gebruiken die het onderscheid kunnen maken tussen een primaire longtumor en een uitzaaiing.