FAQ
Vaak gestelde vragen

Kanker roept een heleboel gevoelens en vragen op. Omdat het zo’n alomtegenwoordige aandoening is en velen raakt, kunnen meerdere interpretaties een eigen leven gaan leiden. Zo kunnen er standpunten ingenomen en gangbaar worden zonder dat deze noodzakelijk op feiten gestoeld zijn.

Op deze pagina kan u vaak gestelde vragen terugvinden rond kanker, gevolgd door een genuanceerd antwoord.

Krijgen enkel oude honden kanker?

Over het algemeen komt kanker meer voor bij oudere honden. Immers, hoe meer tijd verstreken is, hoe meer celdelingsfouten zich kunnen opstapelen en leiden tot kanker. Toch kunnen bepaalde vormen van kanker ook voorkomen bij jonge honden of honden van middelbare leeftijd. Zo zijn histiocytomen gekende huidtumoren die grotendeels bij jonge honden verschijnen, een goedaardig gedrag hebben en spontaan verdwijnen.

Andere tumoren die zich vooral ontwikkelen bij honden jonger dan 2 jaar zijn rhabdomyosarcomen, neuroblastomen en nefroblastomen (tumor aan de spier, zenuwweefsel en nier respectievelijk). Deze kankervormen ontstaan uit primitief weefsel en hebben de neiging een erg kwaadaardig gedrag te vertonen die voor de meeste honden de levensduur beperkt.

Lymfomen en osteosarcomen worden eveneens vaak gediagnosticeerd bij honden onder de 2 jaar, vooral in vatbare rassen. Occasioneel kunnen ook hemangiosarcomen en mastocytomen voorkomen bij jonge honden.

Zijn giftige stoffen uit de omgeving de belangrijkste oorzaak van kanker?

Er zijn aanwijzingen dat omgevingsfactoren over het algemeen een kleine rol spelen in de ontwikkeling van de meeste kankervormen. Een studie die de belangrijkste kankervormen bij mensen bestudeerde toonde aan dat -met uitzondering van familiale tumoren of kanker met een gekende link zoals longkanker veroorzaakt door tabak- het voorkomen van kanker direct correleert met het aantal delingen van stamcellen die plaatsvinden in de verschillende weefsels.

Dit suggereert dat, voor de meerderheid van kankervormen, de “theorie van het ongeluk” de meest voorkomende oorzaak is voor het voorkomen van kanker. Zo toonden ook grote epidemiologische meta-analyses uitgevoerd bij vrouwen met borstkanker aan dat er geen of een minimale link aanwezig was tussen omgevingsfactoren en de ontwikkeling van borstkanker. Er zijn erg weinig grote diergeneeskundige epidemiologische studies omtrent kanker en geen ervan toont overduidelijk oorzaken aan. Meer onderzoek is nodig, maar de “theorie van het ongeluk” is waarschijnlijk ook van toepassing op de hond voor de meeste kankervormen.

Kunnen chirurgie, bioptnames of aspiratie kankerspreiding veroorzaken?

Er is geen bewijs voorhanden dat chirurgie, staalnames of aspiratie van de tumor een verspreiding van de kanker naar afgelegen organen zal veroorzaken.

Hoewel deze procedures soms kunnen leiden tot het vrijkomen van kankercellen in de bloedbaan, zijn de meeste van deze cellen niet in staat om elders een tumor te vormen. Dit is enkel mogelijk indien ze voordien al het vermogen tot uitzaaien hadden ontwikkeld.

Studies bij mensen tonen aan dat de voordelen van het nemen van een tumorstaal opwegen tegen de risico’s. Zo werd in een studie met 2000 mensen met pancreaskanker aangetoond dat de patiënten waarbij een tumorstaal genomen was om de diagnose te laten vaststellen een beter uiteindelijk resultaat hadden dan de patiënten waarbij dit niet gebeurd was. De auteurs van deze studie stelden dat de informatie die beschikbaar werd via deze procedure waarschijnlijk hielp om sneller de gepaste behandeling te bekomen.

Na een staalname komt het lokaal verspreiden van de tumor in het pad van de naald (langs waar de kankercellen worden verwijderd) zelden voor. Een zorgvuldige planning en een goede chirurgische techniek kunnen de impact hiervan verminderen. Een voorbeeld bij huisdieren is een overgangscelcarcinoom van de blaas, waar verspreiding naar de lichaamswand kan plaatsvinden na chirurgie of, zelden, na aanzuiging van kankercellen via een naald. Zorgvuldige oncologische technieken, zoals het veranderen van chirurgische instrumenten en handschoenen vooraleer de wond te sluiten, kan het verspreidingsrisico verminderen.

Kan een koolhydraatvrij dieet kankergroei stoppen?

Er is bewijs dat kankercellen meer glucose verbruiken en verwerken dan normale weefsels. Dit zijn echter bevindingen die plaatsvonden in een lab. In de praktijk zijn er geen bewijzen dat diëten met een laag gehalte aan koolhydraten de groei van kanker vertraagt bij mensen. Daarbovenop zijn de voedingsbehoeften van elke kankerpatiënt afhankelijk van de patiënt zelf en het aanwezige tumortype. Sommige vormen van kanker kunnen immers cachexie of andere vormen van voedingstekorten veroorzaken. Ondanks het feit dat er diëten met een laag koolhydraatgehalte commercieel beschikbaar zijn voor honden met kanker, is er onvoldoende diergeneeskundig onderzoek naar voeding en kanker gebeurd om dit te staven. Tot dusver heeft dit dieet niet geleid tot aantoonbare verbeteringen bij honden met kanker. Wanneer een dieet een erg laag gehalte aan koolhydraten bevat, kan dit maagdarmlast veroorzaken vanwege het hoge vetgehalte, wat dan weer niet veilig is voor alle patiënten.

Voelen kwaadaardige tumoren anders aan dan goedaardige?

Hoewel zachtere onderhuidse massa’s de neiging hebben goedaardig te zijn en stevige kwaadaardig, zijn er zoveel uitzonderingen op deze regel dat deze onbetrouwbaar is. In het bijzonder zijn mastceltumoren de moeite waard om te vermelden. Ze worden de grote nabootsers genoemd omdat ze er kunnen uitzien en aanvoelen als een gewone vetbol of andere goedaardige huidmassa. Sommige weke delen sarcomen zijn ingekapseld in vet waardoor bij het betasten van de tumor deze kan aanvoelen als een vetbol. Om deze redenen is het aangewezen om elke massa aan te prikken om zeker te zijn van een correcte diagnose. Als het aspiraat bloed of weinig cellen bevat, kan het nodig zijn om een stukje van de massa weg te snijden voor verder onderzoek.

Als een lymfeknoop normaal aanvoelt, is ze niet aangetast door kanker?

In de vroege stadia zullen uitgezaaide kankercellen in een lymfeknoop diens vorm, grootte of textuur niet veranderen. Andere onaangetaste lymfeknopen kunnen dan weer opgezwollen zijn als een reactie op de kanker. Een studie vergeleek de accuraatheid van palpatie met een fijne naaldaspiraat. Deze studie wees uit dat lymfeknoopaftasting heel wat minder precies was dan fijne naaldaspiraten.

Zijn de neveneffecten van chemotherapie erger dan de kanker zelf?

In geneeskunde bij mensen kunnen de neveneffecten van chemotherapie ernstig zijn en soms langdurig. In diergeneeskunde zijn de doelen echter verschillend omdat dieren niet in staat zijn de keuze te maken om een kankerbehandeling te ondergaan. Om deze reden gebruiken dierenartsen een veel lagere dosis chemotherapie dan degene die mensen ontvangen voor gelijkaardige tumortypes. Het doel bij dieren is om neveneffecten te voorkomen en de levenskwaliteit tijdens de behandeling te maximaliseren. De dierenarts beoogt dat 80% of meer van de patiënten geen neveneffecten ervaart en dat wanneer neveneffecten optreden de meeste mild zijn en thuis opgevangen kunnen worden. Als chemotherapie voorzichtig toegediend wordt en aangepast aan iedere patiënt, zijn de voordelen van de behandeling veel groter dan de risico’s voor de grote meerderheid van de honden.

Zijn sommige honden te oud voor een kankerbehandeling?

Er zijn zeker patiënten die geen agressieve kankerbehandeling kunnen verdragen, maar dit is ongewoon en niet noodzakelijk gelinkt aan de leeftijd. Zo kan een hond met een significante neurologische aandoening het moeilijk hebben met het herstel van een amputatie of andere operatie. Ook lever- of nieraandoeningen kunnen het vermogen om chemotherapie te verwerken beïnvloeden en in geval van een hartaandoening kan het tegenaangewezen zijn om herhaaldelijk anesthesie te ondergaan voor bestraling. Deze factoren kunnen aanwezig zijn ongeacht de leeftijd en een oudere hond zonder deze aandachtspunten kan nog steeds een goede kandidaat zijn voor een kankerbehandeling. Wanneer uw dierenarts een kankerbehandeling plant, zal hij telkens de voorgeschiedenis en medische staat van de patiënt in overweging nemen en verder kijken dan diens levensfase.

Evolueren kankerbehandelingen in de diergeneeskunde?

Net als in de humane oncologie, is ons begrip van kanker bij dieren en hoe dit te behandelen significant toegenomen de laatste 10 jaar. Het laatste decennium heeft nieuwe chemotherapeutica opgeleverd, veiligere formuleringen van oude chemotherapeutica en goedkeuring van gerichte behandelingen zoals Masivet® of Palladia® die kankercellen op een verschillende manier doden.

Daarbovenop worden ook verschillende immuuntherapieën die het immuunsysteem inzetten om tegen kankercellen te vechten goedgekeurd. Electrochemotherapie wordt steeds meer beschikbaar om niet-verwijderbare tumoren te behandelen. Steeds meer bedrijven bieden vaccins of antistoffen tegen kanker bij honden (Evvivax, Torigen, Elias Animal Health, …). De effecten van deze behandelingen dienen nog verkend te worden. Hoewel er nog veel onderzoek nodig is om te bepalen hoe deze behandelingen het best worden ingezet, is de toekomst van diergeneeskundige kankerbehandeling helder.

Betekent kanker een doodsvonnis?

Er zijn vele tumoren met een lage neiging tot uitzaaiing die kunnen genezen worden wanneer ze chirurgisch worden verwijderd of bestraald na het chirurgisch verwijderen van een deel van de tumor. Deze houden ondermeer laaggradige weke delen sarcomen in en mastceltumoren in. Zelfs voor tumoren met een neiging tot uitzaaien, bestaan er vele onderlinge verschillen. Niet alle tumoren gaan snel uitbreiden en de groeisnelheid is sterk afhankelijk van het tumortype. Anaalzakadenocarcinomen en schildkliercarcinomen staan gekend als erg traag groeiend ondanks een hoge mate aan uitzaaiingen. Dit is waarom men steeds rekening moet houden met het uniek gedrag van elk individueel tumortype.

Zelfs wanneer er een agressieve kanker gediagnosticeerd wordt, kan gerichte palliatieve zorg vaak de levenskwaliteit verbeteren en tot in zekere mate de levensduur en tijd die de eigenaar nog kan doorbrengen met zijn huisdier.

Referenties
  • Aangepast uit Veterinary Practice News, “Pet Cancer: Fact vs. Fiction Evidence-based responses to 10 common veterinary cancer myths.” (april 2017) van Dr. Katherine Skorupski (professor in klinische medische oncologie aan the University of California, Davis, School of Veterinary Medicine).