Cortisolafscheidende bijnierschorstumor
Honden met cortisolafscheidende bijnsierschorstumoren kunnen worden behandeld met chirurgie, radiotherapie en/of medicatie.
Chirurgie
Chirurgie (adrenalectomie) draagt de voorkeur weg omdat hiermee de tumor en daarmee de oorzaak van de overmatige cortisolaanmaak met de bijbehorende bijwerkingen wordt verwijderd. Levenslange medicatie is niet nodig na een operatie wanneer de tumor beperkt is tot één bijnier. In eenzijdige gevallen, vanwege de verminderde werking van de bijnierschors van de niet-tumorale bijnier aan de andere zijde, is aanvulling van cortisone tijdelijk nodig gedurende 6 tot 8 weken na de operatie. Wanneer beide bijnieren moeten worden verwijderd, heeft de hond levenslange aanvulling nodig van de hormonen die normaal door de bijnieren worden geproduceerd (glucocorticoïden en mineralocorticoïden).
De chirurgische verwijdering van de bijnier kan worden uitgevoerd via een klassieke 'open buik'-operatie of via laparoscopie ('gesloten buik'-operatie, d.w.z. een operatie waarbij via kleine incisies gewerkt wordt en onder begeleiding van een camera in de buikholte). De voordelen van de laparascopie zijn onder meer een korter ziekenhuisverblijf en een snellere herstelperiode. Bij tumoren groter dan 5 cm in doorsnee en/of wanneer de tumor een groot bloedvat binnendringt gaat de voorkeur uit naar de 'open buik'-techniek.
Radiotherapie
Een speciale vorm van radiotherapie (gehypofractioneerde stereotactische radiotherapie) werd toegepast bij 9 honden met invasieve cortisolafscheidende bijnierschorstumoren. De behandeling resulteerde in een vermindering van het tumorvolume en een mediane overlevingstijd van 1030 dagen. Deze resultaten zijn zeer bemoedigend, deze behandelingsvorm is echter beschikbaar in slechts enkele instellingen in Europa (niet-limiterende lijst).
Medicatie
Bijnierafhankelijk hypercortisolisme kan behandeld worden via medicatie - trilostane of mitotane. Mitotane- of trilostane-therapie wordt gebruikt wanneer een operatie geen goede optie is voor de hond of vóór een operatie om het hypercortisolisme van de hond te stabiliseren.
Bij honden met een cortisolafscheidende bijnierschorstumor zal trilostane alleen zorgen voor het verminderen van klinische verschijnselen en geen invloed hebben op de groei van de tumor en de ontwikkeling van uitzaaiingen. De behandeling is enkel palliatief. Meer informatie over de behandeling met trilostane staat beschreven in het onderdeel ‘hypofysetumoren’.
Een andere behandelingsoptie via medicatie is mitotaan. Het voordeel van mitotaan is dat het bijnierschorstumorcellen en zelfs uitzaaiingen kan vernietigen. Wanneer het doel van mitotaantherapie bij cortisolafscheidende bijnierschorstumoren niet alleen het verminderen van de cortisolproductie door de bijniertumor inhoudt, maar ook het vernietigen van de tumorcellen, moet een behandelingsprotocol worden toegepast dat de gehele bijnierschors beïnvloedt. Elke dagelijkse dosis moet in drie of vier porties worden verdeeld (elke zes tot acht uur, met voedsel). Omdat onder invloed van deze behandeling de bijnierschors geen hormonen meer aanmaakt, moeten deze toegediend worden (substitutietherapie). Substitutietherapie begint op de derde dag en bestaat uit dagelijkse glucocorticoïden, mineralocorticoïden en zout (in pilvorm). Nadat de eerste kuur met mitotaan is afgewerkt, wordt de dosis glucocorticoïd verlaagd, maar gedurende één of twee dagen verdubbeld in geval van letsel, ernstige fysieke stress of anesthesie om te compenseren voor de dan verhoogde nood.
Om herval te voorkomen, moet gedurende ten minste 6 maanden, of zelfs levenslang, eenmaal per week een aangepaste dosis mitotaan worden toegediend. Bijwerkingen van mitotaan zijn verminderde eetlust, lusteloosheid, zwakte en diarree.
Als deze bijwerkingen ontstaan moet de behandeling met mitotaan tijdelijk worden onderbroken, maar de substitutietherapie moet altijd worden voortgezet.
Aldosterone-afscheidende bijnierschorstumor
Aldosteronafscheidende bijnierschorstumoren kunnen operatief worden verwijderd of behandeld via medicatie (met een aldosteron-afgifteblokker).
Bijnierschorstumor die geen hormonen afscheidt
Voor bijnierschorstumoren die geen hormonen afscheiden is chirurgische verwijdering de beste behandeling (wanneer de doorsnee van de bijniertumor groter is dan 2 cm). Er is tot nu toe geen medicatie voor beschikbaar.